23 februari 2026

Sylvie embridge be

Sylvie Baert

2 minuten

Ontwikkelen met oog voor natuur: hoe ecologie je project én vergunning versterkt

Natuur & Biodiversiteit

Ontwikkelen met oog voor natuur

Ontwikkelen binnen het gewestplan: legitiem, maar niet vrijblijvend

Wanneer ontwikkelaars een project realiseren in een gebied dat volgens het gewestplan is bestemd als woon- of industriegebied, gebeurt dat binnen een planologisch toegestaan kader. Deze bestemmingen bieden ruimte voor economische ontwikkeling en spelen in op maatschappelijke noden.

Tegelijk staat onze open ruimte steeds meer onder druk. Het besef groeit dat ruimtelijke ontwikkeling en ecologische kwaliteit niet los van elkaar kunnen bekeken worden. Net in die wisselwerking schuilt vandaag een belangrijke opportuniteit: projecten realiseren die niet alleen economisch haalbaar zijn, maar ook ecologisch doordacht en kwalitatief sterker.

Natuurtoetsen als vast onderdeel van het vergunningstraject

Afhankelijk van de ligging en context van een project wordt in de vergunningsprocedure een natuur- en soortentoets, een passende beoordeling en/of een verscherpte natuurtoets opgemaakt. Deze instrumenten brengen de impact op natuurwaarden in kaart en bepalen waar milderende maatregelen nodig zijn om de schade te beperken.

Voor veel ontwikkelaars voelt dit aan als een verplichting. Maar wie verder kijkt, ziet dat deze toetsen ook kunnen zorgen voor betere projecten.

Proactief kiezen voor ecologische meerwaarde

Als ontwikkelaar kan je hier het verschil maken. Door in je projecten en in je verkavelingsvoorschriften proactief en structureel bewuste keuzes te integreren, versterk je het evenwicht tussen economie en ecologie en verhoog je tegelijk de kwaliteit en aantrekkingskracht van je project.

Concrete ingrepen die daarbij het verschil maken:

  • Doorlaatbare en diervriendelijke perceelsafscheidingen in plaats van fijnmazige afsluitingen met betonplaten.
  • Integratie van inbouw-, nest- en verblijfplaatsen voor gebouwafhankelijke soorten zoals Huismus, Huiszwaluw en Gewone dwergvleermuis.
  • Verlichting beperken tot het strikt noodzakelijke met vleermuisvriendelijke armaturen.
  • Bestaand bos, bomen, houtkanten , vijvers, … maximaal behouden en ontwerpen rond wat er al aanwezig is.
  • Water structureel integreren in elk project, niet alleen via wadi’s maar ook met poelen.
  • Kiezen voor inheemse, streekeigen wilde beplanting in plaats van cultivars of exoten.
  • Groene gevels met inheemse vollegrondbeplanting.
  • Extensieve groendaken of specifiek ingerichte dakzones, bijvoorbeeld voor soorten zoals de Scholekster waar dat relevant is.

Meer dan ecologie alleen: ook strategisch een sterke keuze

Deze aanpak levert meer op dan alleen ecologische winst. Projecten met een duidelijke landschappelijke en ecologische meerwaarde:

  • hebben vaak een grotere aantrekkingskracht,
  • sluiten beter aan bij de verwachtingen van een groeiende groep bewuste kopers,
  • en dragen bij aan een vlottere vergunningsprocedure.

Bovendien vergroot een doordachte integratie van natuur het draagvlak bij overheden en omwonenden, en daarmee ook de robuustheid van de vergunning.

Ontwikkelen met kwaliteit als onderscheidende factor

Zo ontstaat een project dat economisch haalbaar, ecologisch doordacht en kwalitatief is. Een project waarmee je je als ontwikkelaar kan onderscheiden en waar je terecht trots op kan zijn.